uitstekend

/ˈœytstekənt/

Betekenis

werkwoord
  1. naar buiten gericht, zich voorbij anderen uitstrekkend
    Hij bezeerde zich aan die uitstekende punt van de tafel.
    Dat was een uitstekend concert.
    Denemarken ook nauwelijks, in de pers hadden ze het uitgebreid gehad over de gemoedelijke verhouding tussen de Deense bevolking en de Duitse gasten. De koning en de regering van Denemarken zaten nog op hun plaats en de samenwerking leek uitstekend te functioneren binnen de Germaanse verbroedering.

Etymologie

** [2]: door veelvuldig gebruik van het hele woord in een een meer figuurlijke betekenis ("er in een vergelijking met andere positief tussenuit stekend") is in het spraakgebruik de klemtoon verschoven

Vertalingen

Engelsexcellent, protruding
Fransexcellent
Duitsausgezeichnet
Spaansexcelente