uitvaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈœytfart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. teraardebestelling of crematie van een overledene
    Almelo maakt zich op voor de uitvaart van Adolph graaf van Rechteren Limpurg. De op 88-jarige leeftijd overleden Heer van Almelo wordt morgen bijgezet in de grafkelder van de familie aan de Gravenallee. Het verkeer op de Van Rechteren Limpurgsingel wordt daarvoor stilgelegd.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "utevaert" / "utevart" van Oudnederlands "utfarth", in de betekenis van ‘weggaan, vertrek; uitgang’ aangetroffen vanaf 901, in die van ‘begrafenis’ vanaf 1276