uitwijkhaven
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈœytwɛikˌhavə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plaats waar men in tijden van nood naartoe kan gaanAmsterdamse haven dreigt „criminele uitwijkhaven” te worden : De Amsterdamse haven dreigt een broeinest van criminaliteit te worden. Plaatselijke bestuurders roepen om maatregelen.De geitenboerderij was altijd al de uitwijkhaven.
- haven waar een schip kan binnenvaren als het in nood verkeert
- vliegveld waar een vliegtuig kan landen als de oorspronkelijke bestemming niet bereikbaar is
Vertalingen
Engelsalternate airport, terminal alternate
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek