uitwisselen

/ˈœytwɪsələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) wederzijds ruilen
  2. een bericht naar elkaar sturen
    'Dat doet nauwelijks onder voor Zorn'was Lauritz'eerste spontane commentaar en Sverre en Johanne wisselden een korte verrukte blik uit.

Vertalingen

Engelsexchange
Spaansintercambiar, permutar, trocar