ultra

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈʏltra/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) fanatieke supporter van een voetbalclub
  2. extreem, uiterst
    Ik dook vol in de nieuwe wereld van ultra lichtgewicht kampeerspullen en verslond online zo veel mogelijk lijsten (gear lists) van anderen om de voor- en nadelen te begrijpen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bijwoord: verder dan, aan gene zijde van, zeer’ voor het eerst aangetroffen in 1574

Vertalingen

Engelsextreme