uni

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈyni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, informeel (onderwijs) (informeel) instelling voor hoger onderwijs verbonden met wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening
    Zo kan je ook mensen die wel gemotiveerd zijn maar moeten wennen aan de intensiteit van de uni en zo hun jaar niet zouden halen toch behouden.
zelfstandig naamwoord
  1. mode (mode) uitvoering in één kleur, zonder variatie
    Na alle jaren van effen en uni neemt het decoratieve nu de overhand.

Etymologie

* [2], : van """ "effen"