uniëren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. refl, ov (refl) (ov) een unie sluiten, (zich) verenigen
    De Britse methodisten unieerden zich in de jaren dertig.
    In 1596 besloot de orthodoxe synode van Brest zich te uniëren met Rome.

Etymologie

*afgeleid van het Franse unir () [https://fr.wiktionary.org/wiki/unir Wiktionnaire]

Vertalingen

Fransunir