unitarist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorstander van een eenheidsstaat, van het unitarisme
  2. voorstander van België als eenheidsstaat
    Maar zo'n vergaande federalisering is nog lang niet rijp. Veel unitaristen, voorstanders van een unitair België, zijn bang dat die derde fase, waarin onder meer wordt voorzien in het recht tot het sluiten van verdragen, zou leiden tot federalisering van de hele buitenlandse politiek van het land, zodat bijvoorbeeld Wallonië zich het recht zou kunnen aanmeten om internationale embargo's te negeren. NRC Frits Schaling 28 september 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/09/28/belgisch-kabinet-balanceert-op-t-randje-6981865-a402731 Belgisch kabinet balanceert op 't randje]

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse unitas (eenheid) () en

Vertalingen

Engelsunitarist