universaliteit
vrouwelijk (de)/ˌynivɛrˌzaliˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geldigheid voor al het genoemde, algemeenheid, alomvattendheid{{wiskunde|nld
Etymologie
*afgeleid van universeel of universaal
Vertalingen
Engelsuniversality, generality
Fransuniversalité
Spaansuniversalidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek