utilisme

onzijdig (het)/ytiˈlɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofische stroming die stelt dat pijn moet worden bestreden en geluk moet worden bevorderd
    Sinds twee eeuwen gebruiken voorstanders van dierenrechten het argument dat dieren emoties zoals pijn kunnen ervaren. De Brit Jeremy Bentham (1748-1832) is met deze idee de grondlegger van het utilisme, een ethische stroming die stelt dat pijn moet worden bestreden en geluk bevorderd. Volgens Bentham zijn „alle wezens die in staat zijn om te lijden, dragers van rechten.” Reformatorisch Dagblad Michiel Kerpel 24-05-2012 [https://www.rd.nl/meer-rd/groen-duurzaamheid/mensaap-en-dolfijn-personen-met-rechten-1.676694 Mensaap en dolfijn: personen met rechten]
    Deze filosofische tekortkoming [het niet kunnen overzien van alle gevolgen van je handelen] maakte dan ook dat Verlichtingsdenker Immanuel Kant (1724-1804) radicaal afstand nam van het utilisme en een van de meest invloedrijke protagonisten in Europa werd van een ethiek die er haaks op stond: de deontologie (of plichtenethiek, van het Griekse woord deon, wat ‘plicht’ betekent). NRC Rob Wijnberg 10 september 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/09/10/waar-ligt-de-moraal-in-de-daad-of-in-de-gevolgen-11603198-a640612 Waar ligt de moraal: in de daad of in de gevolgen?]

Etymologie

* afleiding van utiliteit