uur
Wat is de betekenis van uur?
uur betekent: (tijdrekening), (eenheid) een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten, weergegeven met de afkorting u of h
Betekenis
- (tijdrekening), (eenheid) een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten, weergegeven met de afkorting u of h
- tijdstip, ogenblik
Voorbeelden van "uur" in een zin
- Een dag bestaat uit 24 uur.
- Ik had het idee al uren te hebben gelopen, maar ik bleek pas 1 mijl, oftewel 1,6 kilometer, in de benen te hebben.
- Sommige stukken waren lastig, met steile hellingen waardoor het soms wel anderhalf uur duurde om een stuk van twintig meter over te steken.
- het is nu precies vijf uur
Betekenis en uitleg van uur
Een uur is een tijdseenheid die gelijk is aan zestig minuten. Het is een veelgebruikte maat om tijd te meten in het dagelijks leven, zoals bij afspraken, werkuren of het plannen van activiteiten.
Het woord 'uur' wordt vaak gebruikt in de context van tijdsmanagement en planning. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken om aan te geven hoe laat iets begint of eindigt, of om de duur van een activiteit te beschrijven. In sommige gevallen kan 'uur' ook een gevoel van urgentie of belangrijkheid met zich meebrengen, zoals in de uitdrukking 'het is hoog tijd'.
Voorbeelden
- De bijeenkomst begint om drie uur, dus zorg dat je op tijd bent.
- Ik heb nog een uur voordat ik naar huis moet, dus ik kan nog even doorwerken.
- Tijdens de les hebben we een pauze van een half uur gehad.
Woordoorsprong
Het woord 'uur' is afgeleid van het Latijnse 'hora', dat ook tijd aanduidt. Deze oorsprong weerspiegelt de lange geschiedenis van tijdsmeting in verschillende culturen.
Veelgestelde vragen over uur
Wat is de betekenis van uur?
uur betekent: (tijdrekening), (eenheid) een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten, weergegeven met de afkorting u of h
Hoeveel betekenissen heeft uur?
uur heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft uur?
uur is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je uur in een zin?
Voorbeeld: “Een dag bestaat uit 24 uur.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bepaalde tijdseenheid (60 minuten)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- Eén uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit — één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben
- Een uur gaans
- Het (Je/Zijn/Haar...) laatste uur heeft geslagen — Het is afgelopen, het is voorbij; m.n. gezegd m.b.t iemands naderende dood
- Het uur U/Het uur van de waarheid — Een bepaald moment waarop iets heel belangrijks gebeurt
- Het uur is gekomen — Het is tijd geworden voor iets belangrijks
- Te elfder ure — Pas heel laat/in een laat stadium/net voor het einde, ~ op de valreep