uzelf

/y'zɛlf/

Betekenis

voornaamwoord
  1. de versterkte vorm van u
    Maar uzelf bent daar toch niet geweest?
voornaamwoord
  1. de versterkte wederkerende vorm van gij
    Gij hebt uzelf danig geweerd.
  2. de versterkte wederkerende vorm van u, alleen gebruikt bij de gebiedende wijs
    Maak uzelf blij!