vaatdoek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) vadoek, doek waarmee je aanrecht, gootsteen en fornuis schoonmaaktMet een vaatdoek maak je het aanrecht schoon, met een theedoek droog je het servies af.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek