vaceren
Betekenis
werkwoord
- vakantie vierenOf hy sou vaceren en gaen procederenVan Bommelalire bom, &c. (1966-1967)–Jan Jansz. Starter [https://www.dbnl.org/tekst/star001frie01_01/star001frie01_01_0085.php Friesche lusthof]
- werkeloos, ambteloos zijn; onbezet zijn
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelsvacant
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek