vaderhuis
onzijdig (het)/ˈvadərˌhœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plechtig) ouderlijke woning, huis zoals een goede vader dat achterlaat voor zijn kinderenDe mascotte van dit ijle fatsoen is Dirk Kuijt. Prachtige voetballer, lieve jongen, pretentieloze volksheld, maar dat hij van Feyenoord een vaderhuis maakt dat hem geld mag kosten, is mij iets te kostschoolachtig. En dus verdacht. Dirk wou niet meer naar het buitenland. Als het er ooit van komt, zal hij Feyenoord verlaten als modelprof. Door de grote poort. "Dat verdient deze club." Je zult het de rechts-populisten van Leefbaar Rotterdam niet horen zeggen. Senator Dirk Kuijt. NRC H. Camps 3 september 2005 [https://www.nrc.nl/nieuws/2005/09/03/held-10620769-a1157072 Held]
- (figuurlijk) (religie) de hemel, opgevat als de verblijfplaats van God"Een leider van formaat is Vader en Moeder ineen. Hij stelt de Wet en waakt over de samenhang in de kudde. Hij is streng en barmhartig. Hij is ongenaakbaar en begripvol ... Hij zal de goede herder zijn, die ons geleidt naar het vaderhuis. Laten wij ons voorbereiden op zijn komst." Vervolgens stelt hij zichzelf Mozes ten voorbeeld. "Ik ben gereed. U ook? Op weg naar het beloofde land!" NRC E. Etty 23 maart 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/03/23/lach-dan-paljasso-7582682-a197740 Lach dan, Paljasso]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek