vakkring

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep van professionals een bepaald vak, ambacht of professie uitoefenen
    Tante Maud mocht mijn vader dan verstrooid vinden - en geen hoge pet op hebben van mijn moeders huisvrouwelijke kwaliteiten, wat de reden was geweest waarom we zolang moeder leefde zo weinig met haar waren omgegaan - maar hij stond in vakkringen in hoog aanzien en daarom zou het verstandig zijn als ik daar ook in trouwde.