valling
vrouwelijk (de)/ˈvɑlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mode) manier waarop kleren langs het lichaam hangenIn het kostuum zag hij er slanker uit door de valling van de stof.Hij koos niet voor streetwear of elegantie, maar vond in bijna elke outfit en soms zelfs kledingstuk een combinatie van die twee – zie bijvoorbeeld een blouse met een rits en een bolle kraag die doet denken aan een neergeslagen capuchon of een elegante pantalon met de valling van een trainingsbroek.
- (medisch) virusinfectie van de neus of keelHij had onlangs een zware valling.
Etymologie
**[2] de figuurlijke betekenis komt voort uit de leer van de (die teruggaat op ): het slijm (in het Grieks flegma) "valt" als snot of fluimen "neer" uit de hersenen, waar het thuis hoort
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek