vampier

mannelijk (de)/ˈvɑmpir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie (mythologie) uit schijnbare dood herrijzend wezen dat zijn slachtoffers in de nek bijt met zijn kenmerkende hoektanden en zich dan voedt met het mensenbloed en alleen gestopt kan worden met knoflook, wijwater of een houten pen in het hart
    Graaf Dracula is de typische aristocratische vampier.
  2. vleermuizen (vleermuizen) soort van bloed levende, Zuid-Amerikaanse vleermuis
    Een bezoek door vampiers blijft immers voortdurend dreigen en is in hoge mate ongewenst, niet alleen vanwege hun belustheid op bloed, maar ook omdat zij overbrengers zijn van allerlei akelige ziekten, zoals een vorm van tetanus.
  3. figuurlijk (figuurlijk) uitzuiger, uitbuiter
    De literatuur is de vampier van het leven en zuigt dat leven helemaal leeg.

Etymologie

* via Vampir onleend aan вампир (vàmpīr) of een andere Slavische taal

Vertalingen

Engelsvampire
Fransvampire
DuitsVampir
Spaansvampiro
Italiaansvampiro
Turksvampir