vampier
mannelijk (de)/ˈvɑmpir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) uit schijnbare dood herrijzend wezen dat zijn slachtoffers in de nek bijt met zijn kenmerkende hoektanden en zich dan voedt met het mensenbloed en alleen gestopt kan worden met knoflook, wijwater of een houten pen in het hartGraaf Dracula is de typische aristocratische vampier.
- (vleermuizen) soort van bloed levende, Zuid-Amerikaanse vleermuisEen bezoek door vampiers blijft immers voortdurend dreigen en is in hoge mate ongewenst, niet alleen vanwege hun belustheid op bloed, maar ook omdat zij overbrengers zijn van allerlei akelige ziekten, zoals een vorm van tetanus.
- (figuurlijk) uitzuiger, uitbuiterDe literatuur is de vampier van het leven en zuigt dat leven helemaal leeg.
Etymologie
* via Vampir onleend aan вампир (vàmpīr) of een andere Slavische taal
Vertalingen
Engelsvampire
Fransvampire
DuitsVampir
Spaansvampiro
Italiaansvampiro
Turksvampir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek