vangst

vrouwelijk (de)/vɑŋst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vangen van iets
    De vangst van vis is erg zwaar werk.
  2. het gevangene, het resultaat van het vangen
    De vangst van de jacht van dit jaar was minder dan die van vorig jaar.

Etymologie

* van vangen

Vertalingen

Engelscatch, prey
Franscoup de filet
Spaansbotín, presa