vangstok
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stok die dient als hulpmiddel om dieren, levend, te vangen'Geef de vangstok eens,' zei de peervormige.
- deel van een molen waarmee men de molen tot stilstand kan brengen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek