vastberadenheid

vrouwelijk (de)/ˌvɑs(t)bəˈradə(n)ˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zonder op besluiten terug te komen
    Op het bordje aan de voet van de boom schrijft de Society of European Affairs Professionals: *“Belangrijke kwesties moeten worden opgelost via discussie en besluitvorming, met vastberadenheid, geduld en toewijding. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:LobbyboomBrusselIMG2092.jpg
    Zijn bewegingen zijn resoluut, zijn kin is hoog geheven. Wat Albert vooral ziet, is de heldere en directe blik van de luitenant. Een en al vastberadenheid. Opeens wordt hem alles duidelijk, alles. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Vooral de kracht en vastberadenheid van dit jonge meisje om anderen te helpen vond ik indrukwekkend.

Etymologie

*afgeleid van vastberaden

Vertalingen

Engelsresolve