vastgoed
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie), (juridisch) goed [2] dat niet verplaatsbaar isHet vastgoed werd tegen te hoge prijzen verkocht.
Etymologie
* In de betekenis van ‘onroerend goed’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Vertalingen
Engelsreal estate
DuitsImmobilie
Spaansinmueble
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek