vastzitten
Wat is de betekenis van vastzitten?
vastzitten betekent: (absol) onbeweeglijk gehouden worden
Betekenis
- (absol) onbeweeglijk gehouden worden
- gevangen gehouden worden
Voorbeelden van "vastzitten" in een zin
- Die schroef zat erg vast, maar we hebben hem uiteindelijk toch losgekregen.
- De man die vastzit vanwege de moord op de Japanse oud-premier Shinzo Abe heeft tegen de politie gezegd dat hij aanvankelijk een leider van een religieuze groep wilde doden, meldt het Japanse persbureau Kyodo. Zijn moeder zou financieel in de problemen zijn geraakt door donaties aan deze groep, die volgens de verdachte door Abe werd gepromoot.
Betekenis en uitleg van vastzitten
Vastzitten betekent letterlijk dat je in een situatie bent waarin je niet verder kunt of geen uitweg ziet. Het kan zowel fysiek als mentaal zijn, zoals vastzitten in het verkeer of in een moeilijke emotionele toestand.
Dit woord wordt vaak gebruikt wanneer iemand zich in een benarde positie bevindt, bijvoorbeeld als je vastzit in een file of als je het gevoel hebt dat je vastzit in je leven zonder vooruitgang te boeken. Het kan ook een gevoel van frustratie of hulpeloosheid uitdrukken. 'Vastzitten' kan dus zowel een praktische als een emotionele lading hebben.
Voorbeelden
- Na uren in de file vastzitten, besloot ik om een alternatieve route te nemen.
- Ze voelde zich vastzitten in haar baan en wist niet hoe ze verder moest.
- De kat was zo enthousiast dat hij vastzat in de boom en niet meer naar beneden durfde.
Woordoorsprong
Het woord 'vastzitten' is samengesteld uit 'vast', wat betekent dat iets stevig of onwrikbaar is, en 'zitten', wat duidt op een positie of toestand van rust.
Veelgestelde vragen over vastzitten
Wat is de betekenis van vastzitten?
vastzitten betekent: (absol) onbeweeglijk gehouden worden
Hoeveel betekenissen heeft vastzitten?
vastzitten heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je vastzitten in een zin?
Voorbeeld: “Die schroef zat erg vast, maar we hebben hem uiteindelijk toch losgekregen.”