Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

vatbom

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɑdbɔm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oliedrum of andere metalen ton gevuld met explosieven, brandstof en puntige stukken metaal of gifstoffen
    Getuigen vertelden dat ze een helikopter een vatbom zagen laten vallen of kort voor een explosie een helikopter hoorden vliegen en daarna een eigenaardige geur roken.

Etymologie

*leenvertaling van "barrel bomb",