veegwagen

mannelijk (de)/ˈvexwaɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voertuig van een reinigingsdienst dat is uitgerust met grote borstels om het plaveisel schoon te maken
    Om al het vuil op te ruimen, veegt de reinigingsdienst tweemaal per week. In het kernwinkel- en kernhorecagebied wordt dagelijks geveegd. Voor de veegwagen gaan meestal een spoelmachine en drie vegers uit.