veelvraat
mannelijk (de)/ˈvelvrat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , een marterachtig roofdier, de grootste in de familie MustelidaeMet zijn gewicht tot 35 kilo is de veelvraat (ook wel warg genaamd) de zwaarste Europese marterachtige. Hij kan een lengte van maximaal 85 cm. hebben met een staart van 15 cm. Hij heeft donkere haren met lichte vlekken op de kop en gele aan de zijkant.
- (vlinders) dagactieve nachtvlinder en rups [https://web.archive.org/web/20230404023544/https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/?q=veelvraat&familie=&type=&toon=vlinder Vlinderstichting]
- vraatzuchtig, gulzig persoon of dier, een gulzigaardEen luieraar en een luiwammes verschillen evenveel van elkaar als een lekkerbek en een veelvraat. Keek naar het verheven genot van parende libellen. Hoorde zelfs hun vleugels, een extatisch geluid, als flapperend papier tussen de spaken van een fiets. Tuurde naar een hazelworm die rond de wortels waar ik lag een miniatuur-Amazone verkende. Stilte? Niet helemaal, nee.{{Aut|Mitchell, David
Etymologie
* 1710; , als leenvertaling van Nederduits Veelfraat, ontwikkeld uit Middelnederduits veelvratz (Reinke de Vos, 1498), vēlevrās, vēlevrāt,Wolfgang Pfeifer (2005), Etymologisches Wörterbuch des Deutschen, 8e druk, trefwoord: ‘Vielfraß’, uitg. Deutscher Taschenbuch Verlag, München. aanvankelijk villevrās, ontleend aan Oudnoors fjeldfross, letterlijk ‘bergkater’, door volksetymologie geassocieerd met Mnd. vele, vēl ‘veel’ en vrāt ‘gulzigaard; het vreten’. Onder invloed van Vielfraß ‘Gulo gulo; gulzigaard’ ontstond de leenbetekenis ‘gulzigaard’ (sedert 1849).
Vertalingen
Engelswolverine
Fransglouton, carcajou
DuitsVielfraß
Spaansglotón
Russischросомаха
Turkskutup porsuğu, ayı porsuğu, obur
Poolsrosomak
Zweedsjärv
Deensjærv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek