veelvuldigheid
Wat is de betekenis van veelvuldigheid?
veelvuldigheid betekent: het grote aantal
Betekenis
- het grote aantal
Voorbeelden van "veelvuldigheid" in een zin
- Dat de verdachte en zijn partner vaak seks met elkaar hadden, maakte het besmettingsrisico wel iets hoger, stelt de raad, maar die veelvuldigheid kan niet worden aangemerkt als een bijzondere, risicoverhogende omstandigheid. Het Parool 20 februari 2007, [https://www.parool.nl/nieuws/vrijspraak-van-opzet-hiv-besmetting~b7c43abe/ Vrijspraak van opzet HIV-besmetting]
Betekenis en uitleg van veelvuldigheid
Veelvuldigheid verwijst naar de aanwezigheid van een grote verscheidenheid of een overvloed aan iets. Het kan gebruikt worden om aan te geven dat er verschillende elementen of opties zijn, wat vaak leidt tot een rijkere ervaring of meer keuzes.
Dit woord komt vaak voor in situaties waarin je de diversiteit of variatie van iets wilt benadrukken, zoals in de natuur, kunst of zelfs in de sociale context. Het draagt een positieve nuance met zich mee, omdat veelvuldigheid meestal wordt geassocieerd met rijkdom en mogelijkheden. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken bij het beschrijven van een evenement met veel verschillende activiteiten of een menu met een brede selectie gerechten.
Voorbeelden
- De veelvuldigheid aan kleuren in de tuin maakt het een waar paradijs voor de zintuigen.
- Tijdens het festival konden bezoekers genieten van de veelvuldigheid aan muziekstijlen die op verschillende podia werden gepresenteerd.
- De veelvuldigheid van meningen in de discussie leverde een interessante dialoog op.
Woordoorsprong
Het woord 'veelvuldigheid' is afgeleid van 'veel' en 'vuldigheid', wat de staat van overvloed of rijkdom aanduidt. Het combineert de concepten van veelheid en variëteit.
Veelgestelde vragen over veelvuldigheid
Wat is de betekenis van veelvuldigheid?
veelvuldigheid betekent: het grote aantal
Welk woordgeslacht heeft veelvuldigheid?
veelvuldigheid is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van veelvuldigheid?
Synoniemen van veelvuldigheid zijn: frequentie, multipliciteit, menigvuldigheid, talrijkheid, overvloed.
Hoe gebruik je veelvuldigheid in een zin?
Voorbeeld: “Dat de verdachte en zijn partner vaak seks met elkaar hadden, maakte het besmettingsrisico wel iets hoger, stelt de raad, maar die veelvuldigheid kan niet worden aangemerkt als een bijzondere, risicoverhogende omstandigheid. Het Parool 20 februari 2007, [https://www.parool.nl/nieuws/vrijspraak-van-opzet-hiv-besmetting~b7c43abe/ Vrijspraak van opzet HIV-besmetting]”
Etymologie
* afleiding van veelkleurig