Veen

onzijdig (het)/ven/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. terreintype, waarvan het karakter wordt bepaald door ophoping van plantenresten onder natte omstandigheden; venen kunnen zowel door grondwater (matige zuurgraad, laagveen) als regenwater (hoge zuurgraad, hoogveen) gevoed worden
  2. een grondsoort, ontstaan uit dit soort terreinen

Etymologie

* In de betekenis van ‘grondsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1103

Uitdrukkingen

  • In het veen ziet men niet op een turfjewie rijk is let niet op een euro meer of minder

Vertalingen

Engelspeat, bog, fen
DuitsTorf