Veen
onzijdig (het)/ven/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- terreintype, waarvan het karakter wordt bepaald door ophoping van plantenresten onder natte omstandigheden; venen kunnen zowel door grondwater (matige zuurgraad, laagveen) als regenwater (hoge zuurgraad, hoogveen) gevoed worden
- een grondsoort, ontstaan uit dit soort terreinen
Etymologie
* In de betekenis van ‘grondsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1103
Uitdrukkingen
- In het veen ziet men niet op een turfje — wie rijk is let niet op een euro meer of minder
Vertalingen
Engelspeat, bog, fen
DuitsTorf
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek