veld
onzijdig (het)/vɛlt/
Wat is de betekenis van veld?
veld betekent: een open, onbebost, grotendeels vlak stuk land
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een open, onbebost, grotendeels vlak stuk land
- (sport) een stuk land dat speciaal voor het bedrijven van een veldsport gereedgemaakt is
- akker
- (natuurkunde) (elektrotechniek) ruimte waarbinnen een kracht of een stelsel van krachten werkt of kan werken
- vakgebied, werkgebied
- plaats van onderzoek
- (spel) vak op een (speel)bord
Voorbeelden van "veld" in een zin
- Er vloog een kiekendief over het veld.
- Ik zette mijn tent op een afgelegen veldje op.
- 'Maar waar moeten wij dan wonen? Jij, Cornelia en ik? Aan de Prinsengracht, op de zolder van Van Loos? In een hut aan de rand van het veld van mevrouw Van Loos?' 'We vinden wel een plek'.
- De speler werd na die overtreding het veld uitgestuurd.
- Een schaakbord heeft 64 velden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘akker, vlakte’ voor het eerst aangetroffen in 802
Uitdrukkingen
- Veld winnen — Steeds belangrijker worden
- Het veld behouden
- Het veld ruimen — Vertrekken om plaats te maken voor een ander
- In geen velden of wegen te bekennen/zien zijn — Helemaal nergens te vinden zijn
- Uit het veld geslagen zijn — Helemaal van streek zijn
Vertalingen
Engelsfield, field
Fransterrain de sport, champ
DuitsFeld, Feld, Spielfeld
Spaanscampo, campaña
Russischполе
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek