Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
veldrietzanger
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie . Het verenkleed bestaat uit een rossig geelbruine bovenzijde, een witte onderzijde en een lichte wenkbrauwstreep. Het legsel bestaat meestal uit vier of vijf witte eieren met vlekken in een diep, komvormig nest, dat is opgehangen aan rietstengels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek