vensterluik

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een schot waarmee men een venster aan de binnen- of buitenkant van een gebouw kan afsluiten
    De helft van zijn weg voerde onder schaduwrijke, over de straat hangende bomen, langs grillige, voornamelijk houten huisjes met steile scheve daken, traliehekjes, versierde poorten en houtsnijwerk op de raamlijsten en vensterluiken.

Vertalingen

Engelsblind, shutter