verabsoluteren

/vərˌɑpsolyˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iets absoluut maken, iets belangrijker maken dan het eigenlijk is
    De verabsolutering van de wachtlijsten vind ik niet goed. Tussen de Kamer en de minister gaat het om de vraag hoe lang de wachtlijsten zijn op 1 januari. Maar de Haagse politieke praktijk doet soms geen recht aan wat er hier aan de hand is. Het Parool 17 september 2009 [https://www.parool.nl/binnenland/opvangen-van-crisis-zal-amsterdam-hard-treffen~a262057/ opvangen-van-crisis-zal-amsterdam-hard-treffen]
    Ach, je moet wat je doet niet verabsoluteren. Veel mensen kunnen niet zonder hun ambt. Dingen komen en gaan ook weer voorbij. HP de Tijd J. Jansen 1 april 2011 [https://www.hpdetijd.nl/2011-04-01/op-populisme-hebben-we-geen-antwoord/ ‘Op populisme hebben we geen antwoord’]
    De "boze burger" wil niet minder herkenbare tradities, niet minder waarden en normen. "Zij willen meer", aldus CDA-leider Sybrand Buma. Het verabsoluteren van vrijheid en gelijkheid en een "vals" vooruitgangsdenken hebben de "gewone" Nederlander volgens hem verweesd achtergelaten. HP de Tijd 4 september 2017 [https://www.hpdetijd.nl/nieuws/buma-boze-burger-wil-meer-normen-en-waarden/ Buma: ‘boze burger’ wil meer normen en waarden]

Etymologie

* afleiding van absoluut