verachten
/vərˈɑxtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) in hoge mate minachtenIk veracht hem door hetgeen dat hij me in het verleden heeft aangedaan.
- (ov) trotserenIn de oorlog verachtte hij de dood.
Etymologie
*afgeleid van achten
Vertalingen
Engelsdespise, scorn, scorn
Fransmépriser, mépriser
Duitsverachten, missachten, verachten
Spaansdespreciar, menospreciar, aborrecer
Zweedsförakta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek