verachten

/vərˈɑxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in hoge mate minachten
    Ik veracht hem door hetgeen dat hij me in het verleden heeft aangedaan.
  2. ov (ov) trotseren
    In de oorlog verachtte hij de dood.

Etymologie

*afgeleid van achten

Vertalingen

Engelsdespise, scorn, scorn
Fransmépriser, mépriser
Duitsverachten, missachten, verachten
Spaansdespreciar, menospreciar, aborrecer
Zweedsförakta