verbijten

/vərˈbɛitə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zijn gevoelens van ergernis of pijn onder controle houden
    Hij zat zich te verbijten in die frustrerende vergadering.
    Vier jaar lang moet Barack Obama zich verbeten hebben, maar hij slaagde erin te zwijgen over het beleid van zijn opvolger Donald Trump.
    Daarna zat ik me te verbijten aan het bureau met mijn huiswerk terwijl Acke in zijn bed was gekropen met Het Fantoom, waar hij dat ook vandaan had, waarschijnlijk geleend van een klasgenoot.

Etymologie

*Afgeleid van bijten

Vertalingen

Engelsstifle, suppress
Fransréprimer, contenir
Duitsverbeißen
Spaanscontener