verblijf
onzijdig (het)/vərˈblɛif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het verblijvenIk zou graag mijn verblijf willen verlengen.Mocht u iets nodig hebben, volstaat het aan het schelkoord te trekken dat naast de deur hangt. Ik wens u een aangenaam verblijf toe in Grand Hotel Europa.'Er waren maar drie regels in haar Hippie Daycare: iedereen moest een Hawaii shirt aan tijdens het verblijf in haar tuin, je kon tegen een kleine donatie ’s avonds Mexicaans mee-eten en om tien uur moest je stil zijn voor de buren.
- een onderkomenDit is mijn verblijf voor de komende paar maanden.Zeeleeuwen weg uit Artis, PvdD had geklaagd over verblijf De laatste drie Californische zeeleeuwen in Artis gaan de dierentuin verlaten.
Vertalingen
Engelsabode, stay
Spaansestadía, estancia, permanencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek