verblinden

/vərˈblɪndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) beroven van het vermogen te zien
    De op hem gerichte schijnwerper verblindde hem volledig.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) een illusie geven aan, misleiden

Etymologie

*afgeleid van blind en

Vertalingen

Engelsdazzle
Spaanscegar, deslumbrar, fulminar