verbod

onzijdig (het)/vərˈbɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) een regel die een bepaalde handeling strafbaar maakt
    Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd het verbod voor rechters om zich te mengen in aangelegenheden van de wetgevende en uitvoerende macht en de conflictenregeling ook hier van toepassing verklaard.
    De wijsheid van het verbod op de handel in marihuana is steeds meer onderwerp van discussie in de wereld.

Etymologie

* van verbieden

Vertalingen

Engelsban
Fransinterdiction
DuitsVerbot
Spaansprohibición