veren
/ˈverə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (absol) schokken opvangenMijn voorvork veerde op een gegeven moment niet meer, die moet dus op wat kortere termijn vervangen worden.
Etymologie
*: "veer" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*: "veer" met de uitgang -en