verf
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɛrᵊf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (schilderkunst) algemene benaming voor een product dat bedoeld is om voorwerpen te beschermen tegen de weersomstandigheden of te kleuren door ze van een pigmenthoudende laag te voorzienEen verf bestaat uit pigment, bindmiddel, hulpstoffen en een vluchtige stof die tijdens het drogen verdampt.Onze wandeling brengt ons naar een gebied met nog steeds onnoemlijk veel stenen, maar minder vegetatie: een grauwgroezelig maanlandschap met af en toe een met verf bekladde steen, ten teken dat we goed lopen.Phaedra helpt Nikki in de stoel en begint een papje verf te maken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kleurstof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1375
Uitdrukkingen
- Niet uit de verf komen.
Vertalingen
Engelspaint, dye
Franspeinture
DuitsFarbe, nicht zur Geltung kommen
Spaanspintura, tintura, tinte
Italiaanspittura, vernice
Turksboya
Zweedsfärg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek