vergadering

vrouwelijk (de)/vərˈɣadərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een georganiseerde bijeenkomst voor bespreking en overleg
    Door zijn toedoen ging de vergadering een half uur later van start.
    En vanavond naar de vergadering van de winkeliersvereniging.
    De wetgevende vergadering en de vorst delen de wetgevende macht, terwijl wetgeving en uitvoering strikt gescheiden zijn.

Etymologie

* van vergaderen .

Vertalingen

Engelsmeeting
Fransréunion
DuitsSitzung, Besprechung, Versammlung
Spaansreunión, junta, asamblea