verhuizing
vrouwelijk (de)/vərˈhœyzɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de verwisseling van één (semi-) permanente woonplaats voor een andereTijdens elke verhuizing zegt hij dat deze keer de laatste zal zijn, maar hij is nu al zeker vier keer tussen Nederland en Zweden op en neer verhuisd.Een jubileum waar niemand bij stil staat, verdient die naam misschien niet. Een herdenking met één deelnemer, dat klinkt niet koosjer. Toch grijp ik de gelegenheid, omdat het kinderboek dat precies 25 jaar geleden verscheen, met elke verhuizing mee mocht: Plinius Pinguïn (1990) van Boudewijn Büch (1948-2002), met tekeningen van Pauline Drost. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 [https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/in-depressieve-plinius-pinguin-een-zelfportret-zien~bc83f98c/ In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien]Maar door de telefoon had ze gezegd dat de verhuizing goed was gegaan. Ze was al begonnen met het uitpakken van de dozen.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van verhuizen .
Vertalingen
Engelsmove
Fransdéménagement
DuitsUmzug
Spaansmudanza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek