verkeerswezen

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alles wat met de (organisatie) van het vervoer te maken heeft
    Zijn eerste ministerpost kreeg Chabert te pakken in 1973, toen hij in de regering-Leburton minister van Nederlandse cultuur en Vlaamse aangelegenheden werd. Een jaar later schopte Chabert het tot minister van Verkeerswezen en Communicatie. De Standaard 10 april 2014 {{Aut|bvb
    'Dat de fiets steeds meer zijn weg baant binnen het Belgische verkeerswezen kan alleen maar toegejuicht worden. Een bijzondere positieve evolutie voor het mobiliteitsprobleem, onze ecologische voetafdruk en onze fysieke paraatheid', zegt Pieter Desmet van Velofollies. De Standaard 12 januari 2015 {{Aut|wver
    De weerdiensten kondigden hevige wind aan in het zuidwesten van Engeland, in Cornwall en Devon, vooraleer die later op de dag naar Londen trekt. Het Brits verkeerswezen riep de automobilisten op naar de weerberichten te luisteren alvorens de weg op te rijden, en gaf een bijzondere waarschuwing voor caravans en motoren. De Standaard 8 februari 2016 om 15:14 door mtm [http://www.standaard.be/cnt/dmf20160208_02115929 Windstoten tot 150 per uur razen over West-Europa]