verkleedkist

mannelijk/vrouwelijk (de)/vərˈkletkɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bak met deksel waarin kleren en andere spullen zitten waarmee personages kunnen worden uitgebeeld, voor toneel of kinderspel
    Lize trekt een mintgroene rok uit de verkleedkist, doet een parelketting in haar haar en dan is ze Elsa.
    Terug naar de magische bron van theater wil deze groep: naar de verkleedkist, de ongebreidelde fantasie.