verkorting

vrouwelijk (de)/vərˈkɔrtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een afkorting van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer (delen van) lettergrepen en die als verkorting wordt uitgesproken
    Het woord "prof." is een verkorting van het volledige woord "professor".
  2. het verkorten
    Hij kreeg een verkorting van die broek.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van verkorten .

Vertalingen

Engelsabbreviation, abridgement, abridgment
Spaansabreviación