verkorting
vrouwelijk (de)/vərˈkɔrtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) een afkorting van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer (delen van) lettergrepen en die als verkorting wordt uitgesprokenHet woord "prof." is een verkorting van het volledige woord "professor".
- het verkortenHij kreeg een verkorting van die broek.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van verkorten .
Vertalingen
Engelsabbreviation, abridgement, abridgment
Spaansabreviación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek