verkrachten

/vərˈkrɑxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, seksualiteit (ov), (seksualiteit) iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen
    Zij werd door twee kerels verkracht.
    Het gerechtshof in Amsterdam heeft Keith Bakker woensdag in hoger beroep veroordeeld tot achttien maanden cel voor het verkrachten van een minderjarig meisje. Het OM eiste eind juni zes jaar cel en tbs met dwangverpleging, maar de straf viel fors lager uit. Volgens het hof is bewijs voor dwang in de relatie niet gevonden.
  2. op grove wijze schenden

Etymologie

*afgeleid van kracht en

Vertalingen

Engelsrape, violate
Fransvioler, violer, enfreindre
Duitsvergewaltigen, verletzen
Spaansviolar, forzar, violentar