verlaten
/vərˈlatə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) weggaan (van)De delegatie verliet uit protest de vergadering.
- (ov) in de steek laten, laten vallenMijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?De man beloofde zijn echtgenote dat hij zijn maîtresse zou verlaten.
- (ov) onverzorgd achterlatenJe ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.
- (ov) overgieten
- zich laten gaan
- (ov) opgeven (van betrekking)
- (refl) rekenen, vertrouwen opHij verlaat zich op haar als hij mensen moet inschatten, waarbij zij sceptischer is.
werkwoord
- (ov) uitstellenEen technische storing verlaatte de lancering van de raket.
werkwoord
- (refl) zich ~: te laat komen
Etymologie
*afgeleid van laat
Vertalingen
Engelsleave, abandon, desert
Franspartir, quitter, renoncer à
Duitsverlassen, verlassen, verlassen
Spaansirse, salir, abandonar
Italiaanspartire, abbandonare, abbandonare
Portugeespartir, abandonar, abandonar
Russischуходить, уезжать
Chinees離開
Japans出発
Poolsiść, sobie
Zweedslämna
Deensforlade
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek