verlost

Wat is de betekenis van verlost?

verlost betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlossen

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlossen
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlossen
  3. verouderd_in_het_nederlands gebiedende wijs meervoud van verlossen
  4. werkwoordsvorm in het nederlands voltooid deelwoord van verlossen

Voorbeelden van "verlost" in een zin

  • Jij verlost.
  • Hij verlost.
  • Verlost!

Betekenis en uitleg van verlost

Het woord 'verlost' betekent dat iemand bevrijd is van een last, probleem of een benarde situatie. Het geeft een gevoel van opluchting en vrijheid, vaak na een periode van spanning of lijden.

Je gebruikt 'verlost' vaak in situaties waarin iemand eindelijk van een zware last af is, zoals het beëindigen van een moeilijke relatie of het behalen van een examen na veel stress. Het woord heeft een positieve connotatie, omdat het meestal gepaard gaat met een gevoel van bevrijding en opluchting. Het kan zowel in emotionele als in praktische contexten worden gebruikt.

Voorbeelden

  • Na jaren van hard werken voelde hij zich eindelijk verlost toen hij zijn diploma in handen had.
  • Ze was verlost van haar zorgen toen ze hoorde dat haar vriend veilig was aangekomen.
  • De ziekte had haar jarenlang gekweld, maar na de operatie voelde ze zich verlost en vrij.

Woordoorsprong

Het woord 'verlost' is afgeleid van het werkwoord 'verlossen', dat voortkomt uit het Oudnederlands en verwant is aan woorden in andere Germaanse talen die ook het idee van bevrijding of loslaten uitdrukken.

Veelgestelde vragen over verlost

Wat is de betekenis van verlost?

verlost betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlossen

Hoeveel betekenissen heeft verlost?

verlost heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je verlost in een zin?

Voorbeeld: “Jij verlost.

Etymologie

*vervoeging van verlossen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel