vermaking

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. genoegen
  2. erfenis, legaat, legatering
    Ware ik zoo gelukkig om mij in Proza van mijnen taak even waardig te kwijten, als gij zulks in Poezy als Executeur omtrent zijne vermaking gedaan hebt. (1969)–R.C. Bakhuizen van den Brink [https://www.dbnl.org/tekst/bakh003lbru01_01/bakh003lbru01_01_0045.php De studietijd van R.C. Bakhuizen van den Brink door brieven toegelicht]

Etymologie

* van vermaken