vermoeid

/vərˈmujt/

Betekenis

werkwoord
  1. behoefte hebbend om uit te rusten
    Als toetje nam ik twee ibuprofen-pillen om de pijn in mijn voeten te verdoven en ik kroop met vermoeide benen in mijn slaapzak.

Vertalingen

Engelstired
Fransfatigué
Duitsmüde
Spaanscansado