veroorloven

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~ zichzelf iets toestaan, gewoonlijk een financiële uitgave
    Hij kon zich niet meer veroorloven op vakantie te gaan.
    De ziekenhuizen van Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) in Hengelo en Almelo kunnen zich geen versoepelingen van de coronamaatregelen veroorloven vanwege het hoge aantal besmettingen. Ziekte-uitval is hoog en het aantal patiënten met covid loopt op.
  2. refl (refl) zich ~ niet schromen een bepaald gedrag te vertonen
    De vrijpostigheden die hij zich veroorloofde vielen niet bepaald in goede aarde.

Etymologie

*Afgeleid van het verouderde werkwoord oorloven .

Vertalingen

Engelsallow, afford
Franspermettre
Duitserlauben, leisten
Spaanspermitir